Fase drie. Want één keer verbouwen is blijkbaar een levensstijl

Gepubliceerd op 28 april 2026 om 09:00

Oké. Even een korte terugblik voor de mensen die dit voor het eerst lezen en denken: fase drie, wat?

Ja. Fase drie.

Want bij ons gaat verbouwen niet in één keer. Dat zou te makkelijk zijn. Te normaal. Te weinig materiaal voor een blog. Bij ons gaat verbouwen in fases. Strategisch. Doordacht. Of gewoon omdat je op een gegeven moment zo klaar bent met stof, rommel en de geur van verse kit dat je roept: “We stoppen even!” en dat “even” dan een jaar duurt.

Fase één was de zolder. Klaar.

Fase twee was de eerste verdieping. Klaar.

En nu… tromgeroffel… fase drie.

Ratatatatataaaaaaaaa.

De benedenverdieping.

Het laatste frontier. De eindbaas. De plek waar wij al vijftien jaar leven, eten, relaxen en waar nu dus alles uit moet. Alles. Tot op het beton aan toe.

Een vloer met een verleden, een heden en een pikhouweeltje

Want hier komt het leuke gedeelte. Of het minder leuke, afhankelijk van hoe je ernaar kijkt.

De vloerverwarming moet eruit.

Nu denk je misschien: oké, vloerverwarming vervangen, vervelend maar het kan. Maar laat mij je even meenemen in de gelaagde werkelijkheid die onze vloer is. Want de vorige bewoners hadden witte tegels. Mooi, wit, jaren negentig. Wij hebben daar vijftien jaar geleden keurig antracietgrijze grote tegels overheen laten leggen. Moderne keuze. Goede keuze. Destijds.

Maar nu.

Nu moet er dus uitgehakt worden. Laag één: onze antracietgrijze tegels. Laag twee: de witte tegels van de vorige bewoners. Laag drie: de zandcementvloer. En dan pas kom je bij de vloerverwarming die er al inzit sinds dit huis gebouwd werd. Rond 1990. Die vloerverwarming heeft dus inmiddels de leeftijd bereikt waarop hij zelf ook een verbouwing zou willen. Hij werkt nog, jawel. Maar zoals manlief dat zo mooi zegt: “Je wilt niet wachten tot hij ermee stopt.”

Want wanneer stopt zo’n ding? Precies. Als het koud is. Als het nat is. Als je er het allerminst op zit te wachten dat je hele begane grond eruit gebikt moet worden op een doordeweekse dinsdag in november terwijl je staat te rillen in je eigen woonkamer.

Dus doen we het nu. In het mooie weer. Met de ramen open. Zoals volwassen mensen dat doen.

Taakverdeling: buizen en Pinterest 

Nu heb ik iets te bekennen. Want manlief en ik, wij pakken een verbouwing net iets anders aan.

Manlief: technisch. Praktisch. Bezig met leidingen, buizen, zandcement, egaliseren ja of nee en dingen die ik niet begrijp maar waarbij ik altijd heel begripvol knik alsof ik weet wat hij zegt.

Ik: Pinterest. Instagram. Woonblogs. En heel veel tabbladen open op mijn laptop met de tekst “inspiratie benedenverdieping naturel tinten.”

Want als de vloer toch uit gaat, als de muren toch opnieuw gesausd worden, als alles toch op zijn kop staat… dan doe je het meteen goed. Dan grijp je die kans met beide handen. Met een kop koffie erbij en een notitieboekje vol ideeën die manlief nog niet allemaal kent. Dat komt nog wel.

Weg met het roze. Weg met het groen. Welkom beige, caffe latte, warm zand, gebroken wit en alle andere kleuren die klinken als een menukaart van een koffietent maar er op een muur verdomd goed uitzien. Want een latte macchiato is niet alleen lekker. Dat staat ook prachtig op de muur. Dat is geen onzin. Dat is interieuradvies.

De bank, de puber en de snelste aankoopbeslissing ooit, nou ja voor iets wat je niet elke dag koopt

En dan. De bank.

Omdat onze dochter de huidige inrichting, en ik citeer haar hier letterlijk, “te lelijk vond om in te zitten”, mocht zij mee naar de woonboulevard om een nieuwe bank uit te zoeken. Haar woorden. Niet de mijne. Ik had ze ook kunnen zeggen, maar zij was me voor.

Dus op een zonnige dag: de woonboulevard. Wij tweeën. Op pad. En wat bleek? Wij kunnen samen heel goed shoppen. Dat wist ik al, maar meubels zijn toch iets anders dan kleding. Bij kleding ken ik haar smaak. Bij banken dacht ik: dit wordt een onderhandeling.

Het werd geen onderhandeling.

Bij de eerste winkel. Tweede of derde bank in de ruimte. We zagen hem. We gingen erop zitten. We keken elkaar aan.

Verkocht.

Voor de vorm zijn we nog twee andere winkels ingegaan. Bij allebei keken we rond, zaten ergens op, stonden op en zeiden zonder iets af te spreken tegelijkertijd: “We zijn er wel uit, toch?” Ja. We waren er uit.

Onderhandelen: van rampzalig naar respectabel 

Terug naar winkel één. Verkoopster aan haar jasje getrokken. En toen deed ik iets wat mij vijf jaar geleden nog nooit gelukt zou zijn.

Ik heb onderhandeld.

Ik wil hier even bij stilstaan. Want dit is persoonlijke groei. Dit is het resultaat van jarenlange training door manlief, die bij élke aankoop vraagt: “Heb je nog gevraagd of er korting op zit?” Tot ik het zo zat was dat ik het maar gewoon zelf ging doen. En raad eens? Ik eindigde onder de prijs die ik zelf als doel had gesteld. Ik. Zelf. Zonder hulp.

Niet moe. Wel voldaan. Wel een heel klein beetje trots.

Alleen kijken. Jazeker…

Onderweg naar huis langs nog een woonboulevard in een andere plaats. Want de accessoires moesten ook nog. We gingen alleen kijken.

Ja.

Alleen kijken.

We kwamen er goed van af eerlijk gezegd, want ik hield mezelf in. Niet omdat ik geen zin had om te kopen, maar puur omdat ik even heel helder voor ogen had dat er momenteel nergens iets neer te zetten valt. De hele benedenverdieping gaat op zijn kop. Ik kan een prachtige vaas kopen maar die staat dan drie maanden in de gang. Dus nee. Nog even niet. Dit was volwassen denken op hoog niveau en ik ben er best trots op.

De stoelen, het lumineuze idee en zes keer raak

De eettafelstoelen waren een ander verhaal. Manlief is dol op onze huidige stoelen. “Dit zijn de lekkerste stoelen die ik ooit gehad heb,” zegt hij met de toon van iemand die een dierbare vriend verdedigt. En ik begrijp hem. Echt. Ze zitten heerlijk. Maar de kleur. De kleur past niet meer. En dus, lief of niet, die stoelen gaan eruit.

Totdat mij een lumineus idee te binnen schoot. Misschien verkoopt de winkel waar we ze destijds gekocht hebben diezelfde stoelen nu ook in andere kleuren? Beige? Bruin? Warme koffietinten?

Jawel hoor.

Dus de volgende dag even heen en weer, zes nieuwe stoelen besteld, weer een leuke korting geregeld, thuis gekomen en ook direct de rest van de meubels online besteld. Want geld uitgeven is zeg maar één van mijn talenten. Manlief zou dit talent liever niet in mij zien, maar hij heeft er inmiddels vrede mee. Denk ik.

En nu: het leukste gedeelte

En nu komt het mooiste deel. Nu alle grote dingen geregeld zijn mag ik op zoek naar de kleine dingen. De leuke dingen. Kunst. Accessoires. Dat ene kussentje. Die lamp. Dat plantje in die mand. Je weet hoe dat gaat.

Manlief weet ook hoe dat gaat.

Elke keer als ik begin met: “Ik zat te denken hé…” zie ik hem even heel klein worden. Een lichte samentrekking. Een blik van berusting. Want hij weet: dit betekent of dat er geschilderd moet worden, of dat het geld gaat kosten. Meestal allebei.

Maar hey. Een mooie benedenverdieping bouw je niet zonder visie. En visie kost nu eenmaal soms geld.

Fase drie is begonnen.

En ik ben er klaar voor. Met mijn moodboard, mijn koffie en een notitieboekje vol ideeën.

Manlief ook. Al weet hij dat nog niet helemaal.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.