Het begint altijd met een onschuldig oogje open
Het is 3:17. Misschien 3:22. Soms ook 3:08, maar dan klopt het ritme niet zo mooi. Het punt is: het is midden in de nacht. Buiten is het donker, stil, en volkomen ongeïnteresseerd in mij. De rest van de wereld slaapt. Mijn lichaam ligt horizontaal. Mijn ogen zijn dicht.
En dan. Dan begint mijn brein.
Niet met iets logisch, zoals het herhalen van een droom of het verwerken van de dag. Nee. Mijn brein opent keurig als een laptop die je niet hebt opgestart maar die toch al een browsertabblad had openstaan, en begint met de mededeling: "Trouwens. Over dat ene idee voor werk. Ik had hier wat gedachten over."
Ik heb dit al meer dan eens geprobeerd te negeren. Ik heb geprobeerd om te draaien. Ik heb geprobeerd om diep te ademen. Ik heb zelfs een keer mijn kussen omgedraaid naar de koele kant, alsof dat helpt. Spoiler: dat helpt niet. Mijn brein laat zich niet koelkant-van-het-kussen-sen. Mijn brein wil praten. En mijn brein heeft iets te zeggen.
En eerlijk gezegd? Het heeft vaak gelijk.
Weet je wat ik vannacht zat te denken?
De volgende ochtend zit ik tegenover mijn manager met een koffie die ik harder nodig heb dan ik officieel wil toegeven, en ik zeg: "Weet je, ik heb vannacht ergens over nagedacht en ik denk dat we het eigenlijk heel anders moeten aanpakken."
Dan kijkt ze me aan met die gezichtsuitdrukking die ik inmiddels goed ken. Het is een mengeling van lichte bezorgdheid, oprechte nieuwsgierigheid en de vraag die altijd volgt: "Vannacht? Hoezo vannacht? Slaap je niet?"
En dan moet ik uitleggen. Weer. Dat ik wél slaap. Dat ik prima slaap. Dat ik geen zorgen heb die me wakker houden. Dat ik niet lig te piekeren. Dat het niet is wat zij denkt. Maar dat mijn brein gewoon besloten heeft dat 3:17 een prima tijdstip is voor strategisch denken.
Mijn vriendin reageert precies hetzelfde, trouwens. "Wacht, waarom ben je om drie uur 's nachts wakker?" Als ik zeg: "Dat weet ik niet precies, maar luister even naar dit idee," zegt ze: "Moet ik me zorgen maken?" Nee. Nee, absoluut niet. Je moet gewoon even luisteren, want dit is goed.
En ze luistert. En dan zegt ze: "Oké, dit is eigenlijk wel goed."
Zie je. Mijn brein heeft gelijk. Altijd om 3:17.
Wat er allemaal wél door mijn hoofd gaat om half vier
Voor de mensen die nu denken: wat denkt ze dan allemaal, ik zal het verduidelijken. Want het is niet één ding. Het is een heel programma.
Het begint vaak met werk. Een idee voor een aanpak die ik overdag niet heb kunnen uitdenken omdat er altijd iemand een vraag stelde of een vergadering begon of er koffie klaar was en ik werd afgeleid. Maar om 3:17 is er niemand. Geen meldingen. Geen collega's. Geen agenda. Alleen ik en mijn ongeremde gedachtegang, en die combinatie produceert soms dingen waar ik overdag niet op was gekomen.
Daarna gaat mijn brein soms over naar mijn blog. Onderwerpen, zinnen, openingszinnen die ik vervolgens probeert te onthouden tot de ochtend maar dat lukt nooit. Want er is een wet in het universum die zegt dat briljante ideeën om 3:17 er om 7:30 uitzien als een vage vlek. "Het was iets met… een metafoor? En er zat een goede eerste zin in. Of was het een afsluiter?"
Ik heb overwogen mijn telefoon naast mijn bed te leggen om dingen op te schrijven. Maar dan gaat er een licht aan, en dan ben ik wakker, en dan kijk ik ook even snel of er nog berichten zijn, en dan ben ik een uur verder. Dat werkt dus ook niet.
Soms evalueert mijn brein ook beslissingen. Niet op een angstige manier, maar meer op de manier van: "Trouwens, heb jij je weleens afgevraagd of we die ene keuze twee jaar geleden eigenlijk wel slim hebben gemaakt?" Bedankt brein. Fijn moment. Heel nuttig.
En dan, als afsluiter, brengt mijn brein ook nog even een willekeurige herinnering langs. Iets van twaalf jaar geleden. Een gesprek. Een moment. Een situatie waarbij ik nu bedenk wat ik toen had moeten zeggen. Geweldig. Superproductief. Hartelijk dank.
De wetenschap begrijpt mij. Eindelijk iemand.
Nu wil ik even serieus zijn. Eén alinea. Dan gaan we weer verder met de chaos.
Het blijkt namelijk dat er een wetenschappelijke verklaring is voor wat mijn brein doet. In de vroege ochtenduren, ergens tussen drie en vijf uur, zit je in een lichtere slaapfase. Je prefrontale cortex, dat is het deel van je brein dat verantwoordelijk is voor creativiteit, probleemoplossing en grote gedachten, is dan minder geremd. Minder ruis van buitenaf, minder sociale filters, minder "maar wat zullen mensen ervan vinden." Gewoon: denken. Puur. Ongecompliceerd.
Dat is waarom veel creatieve mensen en uitvinders hun beste ideeën 's nachts hadden. Dat is waarom schrijvers soms midden in de nacht opstaan om iets op te schrijven. Dat is waarom mijn brein denkt dat het om 3:17 productief is.
Ik ben dus eigenlijk gewoon creatief begaafd. Mijn brein werkt alleen op een onhandig tijdschema.
Oké, serieus gedeelte voorbij.
Mijn brein heeft een eigen agenda. En ik sta er niet op.
Het vervelende is dat mijn brein zich niets aantrekt van mijn planning. Ik kan 's avonds om tien uur naar bed gaan met de beste intenties. Ik kan warm gedoucht zijn, een boek hebben gelezen, mijn telefoon hebben weggelegd, en zelfs een slaapmuziekje hebben opgezet met zachte pianoklanken en zogenaamd rustgevende regengeluiden. Mijn lichaam zakt weg. Mijn gedachten worden vager. Ik denk: dit gaat goed lukken.
En dan.
3:17.
"Trouwens, heb je al nagedacht over hoe je dat project anders kan indelen?"
Nee. Ik had dat niet gepland voor vanavond. Ik had gepland om te slapen.
"Ja maar luister even, want ik heb een idee."
En dan ben ik dus wakker. Niet gefrustreerd, niet angstig, niet piekerende. Gewoon wakker. Met een hoofd vol gedachten die zich gedragen als enthousiaste stagiaires: veel energie, weinig gevoel voor timing.
Inmiddels heb ik een soort vredesverdrag gesloten met mijn brein. Als het echt iets goeds heeft, mag het even zijn gang gaan. Als het alleen maar wil malen over iets wat ik toch niet kan veranderen, probeer ik het te negeren en op mijn ademhaling te focussen. Dat laatste werkt gemiddeld in één van de vier gevallen. Mijn brein is niet zo goed in gehoorzamen.
De ochtend erna: held of zombie?
Het leuke van 3:17-ideeën is dat ze de volgende ochtend óf goud blijken te zijn óf compleet in elkaar zakken als een soufflé die te vroeg uit de oven is gehaald.
Ik heb ideeën gehad om 3:17 die ik de volgende dag met zoveel enthousiasme heb verteld dat mensen me een beetje scheef aankeken. "Dat is inderdaad een idee," zeiden ze dan voorzichtig. En dat is de vriendelijke versie van: ga maar even slapen.
Maar ik heb ook ideeën gehad die écht werkten. Die de volgende dag nog steeds goed klonken. Die ik heb uitgewerkt, gedeeld, ingezet. En die mensen hebben laten zeggen: "Hoe kom je daar op?" En dan zeg ik trots: "Om 3:17. 's Nachts. Terwijl ik eigenlijk sliep."
De gezichtsuitdrukking die dat oplevert is er één om in te lijsten.
Ode aan het nachtbrein
Dus bij deze: een officiële ode aan mijn brein om 3:17.
Lief brein. Ik weet dat je het goed bedoelt. Ik weet dat je gewoon je werk doet en dat je denkt: dit is het moment, dit is de rust, dit is de ruimte. En soms heb je gelijk. Soms is het goud wat je produceert op dit uur. Soms deel ik jouw ideeën de volgende dag en knikken mensen instemmend en denken ze dat ik een soort ziener ben. Dan geniet ik van dat moment. Dan ben ik je dankbaar.
Maar lief brein, als het kan: misschien soms ook gewoon even 's middags? Tijdens een wandeling? Of in de auto? We hoeven het niet altijd om 3:17 te doen. Echt niet. Er zijn genoeg uren in de dag waarop ik ook ontvankelijk ben voor goede ideeën.
Al weet ik diep van binnen dat je dit niet gaat doen.
Want 3:17 is van jou. Dat heb je duidelijk gemaakt. En ik heb inmiddels geleerd: met mijn brein ga ik niet in discussie.
Zeker niet midden in de nacht.
Ken jij dit? Ligt jouw brein ook te vergaderen terwijl jij eigenlijk wil slapen? Laat het me weten in de reacties. Ik lees ze. Waarschijnlijk om 3:17.
Reactie plaatsen
Reacties